Nillessen: pottenbakker Jan Essing in de Zandstraat

In het begin van de 19e eeuw woonde pottenbakker Jan Essing in de Zandstraat in Gennep, op de plek waar nu het pand van bakker Nillessen wordt gesloopt. Op de kadastrale kaart uit de Franse tijd, rond 1810, is rond 1840 nummering aangebracht en is een lijst gemaakt van de eigenaren en het beroep van alle percelen en panden. Op nummer 551 vinden we Jan Essing, die zijn pottenbakkerij achter zijn woning had (nummer 1072 op de kaart). Dat klopt ook wel, want toen de wal werd verbreed, werd precies achter het perceel van Nillessen een dikke laag potscherven gevonden. Dit was het afval en de misbaksels van de pottenbakker, die dat achter op zijn perceel in de grond stopte. Ook bij het uitgraven van de groene gracht zijn ter hoogte van het perceel veel potscherven gevonden. Het pand van Nillessen wordt nu gesloopt om plaats te maken voor appartementen, zowel aan de voorzijde aan de Zandstraat als aan de achterzijde aan de Wal. Zoals ook op de kadastrale tekening uit 1810 te zien is, was er links (ten zuiden) van het pand van Essing een steeg, zoals er toentertijd vele waren vanaf de Zandstraat.

In 1926 heeft Nillessen zijn winkel uitgebreid richting het huidige pand van Bosten en is de steeg dichtgebouwd. Daarbij is op de verdieping de karakteristieke uitbouw gemaakt, waaraan het pand van Nillessen makkelijk te herkennen was.

Het linker gedeelte met de uitgebouwde erker op de 1e verdieping is dus in 1926 gebouwd. Daar was vroeger een steeg.
Het sloopwerk gaat grotendeels met de hand.
Men wil de naastgelegen panden natuurlijk niet beschadigen.
Bij het slopen komt van alles tevoorschijn. De begane grond blijkt erg hoog te zijn, wel 4 meter. Ook verschijnt er ouderwets bloemetjesbehang, zoals op de foto rechts te zien is. Het bloemetjesbehang is trouwens voorzichtig verwijderd omdat iemand het een tweede leven wilde geven. Het pand had ook een heel grote verrassing: er bleek een geheime ruimte te zijn, groot genoeg voor tenminste twee personen om zich in te verbergen. Als het pand helemaal gesloopt is, kan de nieuwbouw beginnen. Hoe dat zal gaan, is nog een beetje de vraag. Als men dieper dan 30 cm de grond in gaat, moet eerst archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Mede om dit te omzeilen, wil men schroefboorpalen gebruiken, wat ook weleens lastig kan blijken te zijn, want onder het pand zit nog een gewelfkelder in de grond. Ik ben benieuwd. De Gennepse bodem heeft veel verborgen schatten. Zo nu en dan wordt daar iets van blootgelegd. Het meest recent is de ontdekking van een complete fundering van een oude Gennepse pottenbakkersoven. Deze oven was maar liefst 4 meter bij 2 meter inwendig. Werkelijk gigantische afmetingen voor die tijd en een unieke vondst die Gennep als keramiekstad luister bijzet. In de loop van de eeuwen waren er immers vele pottenbakkers in Gennep. Deze oven werd door Jan Wessels compleet blootgelegd achter de voormalige bakkerij van Nillessen. We weten uit gemeentelijke stukken dat hier 200 jaar geleden de pottenbakkerij van Jan Essing stond.

Op de foto rechts zijn de omtrekken van de oven goed te herkennen. Een deel van de stookvloer is zelfs nog aanwezig. Dat deze funderingsresten nog terug te vinden zijn, is waarschijnlijk te danken aan het feit dat Nillessen op deze plek een keuken heeft gebouwd. Midden in de oven zien we het afvoerkanaal van die keuken nog lopen. Men heeft toen de fundering van de oude oven laten zitten. Gelukkig voor ons, want dit is een bijzondere vondst.

Het is jammer dat deze resten niet in hun geheel opgepakt kunnen worden en op een andere plek neergelegd om het keramiekverleden van Gennep te illustreren. Onvoorstelbaar is het hoe dat ambacht toen beoefend moet zijn. Wekenlang potten draaien (met alleen hand- en voetkracht), klei bewerken en dan dagenlang heel voorzichtig de oven vullen. Vervolgens werd de toegang dichtgemetseld en kon het bakproces beginnen. Dat gebeurde met takkenbossen. Boven de stookvloer moet een tweede vloer aanwezig zijn geweest.

Tussen die twee vloeren werd dan gestookt, waarbij de warmte en rookgassen door die tweede vloer naar boven gingen. Het stoken moest met de hand gebeuren en zal een proces van dagen zijn geweest, waarbij de temperatuur voldoende hoog moest oplopen. En daarna moest de oven weer langzaam afkoelen. Niet te snel, want dan zou al het aardewerk barsten en was het werk van weken verloren. Maar misbaksels zullen er ongetwijfeld wel geweest zijn. Kunt u zich voorstellen hoe spannend het geweest moet zijn voor de pottenbakker om na het afkoelen het metselwerk voor de ingang van de oven weer af te breken en de spanning te ervaren over wat hij zou aantreffen?

Jan heeft de oven zeer nauwkeurig in kaart gebracht op schaal 1:20. Die tekening staat links
Jan met de schaal-tekening en daaronder een drone-foto van het perceel van Nillessen met daarop de (locatie van de) oven.

Er zijn natuurlijk ook emmers met scherven uit de grond gehaald en, heel bijzonder, ook een knoop van een uniformjas van een Franse soldaat. We weten dat een Franse leger-eenheid in die tijd in en rond Gennep ingekwartierd is geweest, en met name in 1803 in Gennep. Blijkbaar is er dus ook een Franse soldaat bij Jan Essing ingekwartierd geweest. Je moet wel heel veel geduld hebben om die puzzelstukjes weer in elkaar te zetten, niet wetende wat er ontbreekt en wat er bij wat hoort. (De locatie van de pottenbakkerij ziet u linksboven op deze pagina.)

Zand erover is het devies bij Nillessen. De nieuwbouw aan de kant van de Zandstraat wordt verhoogd aangelegd, boven de in de grond zittende archeologische resten. Is wel lastig bouwen, maar scheelt een heleboel geld dat anders aan verplicht archeologisch onderzoek moet worden uitgegeven. En zo blijven de resten voor de toekomst behouden. Begrijpelijke keuze en zal vaker gebeuren in Nederland waar kosten van archeologisch onderzoek voor de eigenaar van de grond zijn. Een maatschappelijk belang wordt zo afgewenteld op de perceel-eigenaar. De nieuwbouw komt op palen, die binnenkort gezet worden (of als het schroefboorpalen zijn, gedraaid worden). Daarvoor zijn het perceel en de archeologische resten met zand afgedekt en zijn de plaatsen van de palen gemarkeerd.